
Een knagend gevoel van ongerustheid, onzekerheid en twijfel, het is zeurderig aanwezig. Ik zit rond mijn menstruatietijd, opletten dus om niet te hard te verdwalen in de trucendoos van het denken.
In deze staat weet ik dat er mind identificatie gaande is, mijn gedachtenprogramma zit aan het stuur. Mijn eerste bijsturing die ik altijd gebruik is naar mijn ‘inner peace’ staat. Het lukt me niet vandaag. Ik zit er dus al best diep in.
Ik heb een speciaal notitieboek. Mijn wat denk ik / wat voel ik – boekje. Het werkt voor mij om te kijken welke wegen de gedachten allemaal gaan. Mijn manier van elkaar beter leren kennen. Ik gebruik deze vaak als ik niet los kan komen van negatieve gedachten of gevoelens.
Vandaag schrijf ik:
Ik voel me wiebelig en huilerig. Ik weet niet goed wat ik wat te doen en er duwt iets dat zegt dat ik wel iets moet doen. Het wringt. Niks doen is tijd verliezen. Ben ik überhaupt wel goed bezig? Ik voel een lichte angst. Leef ik in een fantasie, wat denk ik eigenlijk wel? Er verandert helemaal niks en ik doe toch zo mijn best. Ik wil zo graag veranderingen zien. Tastbare veranderingen in mijn leefomstandigheden. Gaat het me wel lukken, kan ik het? Ik wil zo graag een ander leven. Al zo lang. Weg uit dit huis. Het voelt zo verdrietig en ik ben zo verdrietig over deze woonsituatie.
Wat kan het denken toch ongelooflijk geloofwaardig en overtuigend zijn. Ze is zo enorm goed in wat ze doet, ze gelooft het zelf en verkondigt mij haar absolute waarheid.
Maar voor mij als persoon zorgen deze gedachten voor lijden. Vooral als ik me er niet bewust van ben, er onnodig lang in blijf ronddwalen of erger. Als ik neutraal kijk naar wat er gaande is in mijn hoofd, is dit taal die niet bijdraagt aan goede sturing. En waarheid is het ook niet.
Natuurlijk betekent dit niet dat ik me niet zo moet of mag voelen of denken, alles mag. Welke kracht geef ik het, dat is een effectieve vraag.
Er is zo veel te zeggen over het denken, maar dat is nog meer voedsel voor het denken, dat gaan we niet doen. Als we een verschuiving willen maken naar persoonlijke vrijheid is het een belangrijke stap om de verslavende behoefte om altijd ergens iets van te willen zeggen of vinden, meer los te laten. Het denken krijgt dan een andere rol toegewezen. Een ondersteunende vervullende rol en niet een die ons onderuithaalt en ons onze krachten laat verspillen.
Zolang wij niet de keus maken om voorbij dit denkcomplex te willen leven, blijven we slaaf en geketend aan een geconditioneerd gebruik van de gedachten. Vrijheid en het echte leven ligt voorbij de angst en kleinheid van dit denkende deel. Het vraagt de bereidheid om vertrouwde zaken los te laten en dat is precies waarom zo weinig mensen deze stap maken.
Het lijden en de absurditeiten om ons heen zullen hun bijdrage wel leveren. En ook de evolutie van de mens heeft hier invloed op. Gaandeweg zullen als vanzelf steeds meer mensen groeien in bewustzijn. Het is bekend dat wanneer steeds meer mensen met bepaalde inzichten leven, dit via het veld van bewustzijn anderen beïnvloed. Maar waarom langer wachten terwijl je zelf de grens kan bepalen.
Hoewel het betreden van dit voor ons vrij onbekende terrein (vrij van onbewust geconditioneerd denken), de plek is waar we eigenlijk naar zoeken, blijven de meesten van ons er toch liever weg. Juist het onbekende is wat de stap zo lastig maakt, omdat hier ons veiligheidsgevoel wordt aangesproken. Onmiddellijk worden dan oude gedachtenpatronen actief om onze redder in nood te zijn. Het is simpelweg de aard van het denken. Een patroon die wij mensen zeer moeilijk weten te doorbreken en dan is de overtuigende kracht van de oude gedachten vaak sterker.
Vasthouden aan veiligheid en zekerheid brengt ons niet in het onbekende land van Oz, de wondere wereld van Alice of de hemel op aarde. We hebben de sprong in het diepe nodig en het onder ogen komen van onze diepste angsten is de enige weg naar dat waar we werkelijk naar verlangen.
Terugkijkend naar bovenstaande denken en voelen, weet ik dat het puur de oordelen zijn van mijn geconditioneerde denken die mij de gevoelens van verdriet, onzekerheid of twijfel geven. Deze manier van denken is geworteld in angst en niet in vertrouwen. Mijn essentie is altijd in vertrouwen, omdat het doorziet wat de aard van onze realiteit is.
Pas in deze staat van zijn, kan je ruimte voelen. Ik kan afstand van mijn denken en voelen nemen en kijken naar wat er gebeurt. Zo lees ik het nog eens totdat Ik me niet langer identificeer met wat daar staat. Ik kan dieper ademhalen. Mijn lichaam ontspant meer. De identificatie verliest zijn kracht.
Ik merk dat ik niet meer geloof in wat er staat en dat ik het niet kan. Natuurlijk kan ik het en ik ben ook heel goed bezig. Ik voel nog licht het gevoel van onzekerheid over het Hoe dan, maar ook die kan ik de ruimte geven. Er ontstaat genoeg ruimte om te verschuiven naar geloof. In een goede uitkomst en in mijzelf. Dat is de staat van zijn die je wilt voelen. De stille lege ruimte die tussen of onder of achter en zelfs in dat denken aanwezig is. Altijd aanwezig en altijd vredig en vrij.
Alles is mogelijk, ik voel het weer.